digital-studentJe kent vast het verschijnsel wel dat jij en je collega’s sommige klassen als lastig ervaren, terwijl andere klassen een stuk prettiger zijn in de omgang. Soms lijkt het misschien alsof je hier geen invloed op hebt. Toch is dat (gelukkig) wel het geval. Geerts & Kralingen (2014) noemen twee factoren die bepalend zijn voor een prettige groep:

  1. Positieve groepsnormen
  2. Grote cohesie

Groepsnormen kunnen grote invloed hebben op leerlingen, vooral in de puberteit. Leerlingen willen immers graag bij de groep horen en vinden hun plaats in de groep belangrijk. Naast interne groepsnormen spelen externe groepsnormen een rol. Hoe staan leerlingen tegenover hun school, hun leraren en het leren? Groepsnormen hebben dus niet alleen invloed op het gedrag van leerlingen, maar ook op het leren. Leerlingen kunnen overigens positief staan tegenover school, bijvoorbeeld omdat het zo gezellig is, terwijl ze tegelijkertijd weinig waarde hechten aan het leren en aan het behalen van hun diploma.

Naast positieve normen speelt groepscohesie een belangrijke rol, ofwel de band die leerlingen met elkaar hebben en voorzien in de behoefte van leerlingen om ergens bij te horen, invloed te hebben en persoonlijk contact te hebben met de ander.

Hoe kun je positieve normen en de cohesie binnen de groep stimuleren?

Bakker & Mijland (2009) maken het volgende onderscheid:

schema groepsvorming

De eerste weken op school zetten de toon. Bakker & Mijland benadrukken dat de mentor (of de studieloopbaanbegeleider) hier een belangrijke rol in speelt en direct het heft in handen dient te nemen. Oriënteren betekent dat je ervoor zorgt dat alle leerlingen in de klas elkaar enigszins leren kennen. Je kunt bijvoorbeeld allerlei korte kennismakingsspellen gebruiken. Wanneer je zelf de groepen samenstelt en ervoor zorgt dat deze groepjes van samenstelling wisselen, bevorder je dat iedereen elkaar alvast een beetje leert kennen. Je maakt dus een start met de vorming van groepscohesie en je voorkomt hiermee de vorming van subgroepjes.

Veel mentoren bespreken tijdens de introductie de hele schoolgids met alle schoolregels. Prima om leerlingen hierop te wijzen; de kans is echter groot dat dit niet het gewenste effect heeft. Het is beter om dit gedoseerd te doen. De leerlingen zijn immers in eerste instantie vooral bezig om na te gaan hoe het werkt op hun nieuwe school en in hun nieuwe groep. Je bereikt meer wanneer je eerst bespreekt wat je als school de leerlingen te bieden hebt en wat de voornaamste omgangsvormen zijn. Doel is dat leerlingen zich veilig voelen en graag deel uit willen maken van de school als gemeenschap.

Wanneer groepsvorming niet wordt begeleid, geef je leerlingen de ruimte om zichzelf te presenteren op de manier zoals zij dat willen. Dit betekent ook dat je leerlingen de kans biedt om de leiding te nemen binnen de groep en de groepsnormen te bepalen. Wanneer deze dominante leerlingen positieve normen hebben, heb je geluk. Mocht dit niet het geval zijn, dan wordt het een ander verhaal en zal je deze groep waarschijnlijk als lastig ervaren.

Dit voorkom je door, zoals Bakker & Mijland aangeven, direct na de oriëntatie duidelijk te maken: Zo gaan we hier op school met elkaar om. In feite doe je dat al vanaf het eerste moment door zelf het goede voorbeeld te geven en enkele basale omgangsvormen te benoemen. Na de eerste oriëntatie kun je hier meer aandacht aan besteden door de kernwaarden van de school te bespreken, inclusief de uitwerking hiervan in gedragsverwachtingen. Op veel scholen is ‘respect’ bijvoorbeeld zo’n kernwaarde. Door met leerlingen expliciet te bespreken welk gedrag wel/niet respectvol is, geeft je hen de ruimte om te vertellen wat voor hen respectvol gedrag is. En jij kunt je leerlingen duidelijk maken wat je als school van hen verwacht en wat ze van hun leraren mogen verwachten. Dit geeft een andere sfeer dan wanneer je de focus legt op regels. Omdat leerlingen een waarde als respect ook belangrijk vinden, ga je immers uit van datgene wat je met elkaar verbindt. Positive Behavior Support (PBS) is overigens een aanpak die praktische handvatten geeft om dit te realiseren.

Op deze manier zorg je ervoor dat de fase Normeren vooraf gaat aan de fase Presenteren. In deze derde fase versterk je de cohesie binnen de groep door een vervolg te geven aan activiteiten die gericht zijn op het elkaar beter leren kennen van elkaar. Denk bijvoorbeeld aan het spelen van het Kwaliteitenspel of iets dergelijks tijdens de mentor- of SLB-les. Daarnaast kun je als team de groepscohesie bevorderen door de inzet van effectieve vormen van samenwerkend leren.

Ben je er dan? Niet helemaal. Ook in de fase Presteren is het belangrijk dat je de kernwaarden en bijbehorende gedragsverwachtingen regelmatig terug laat komen, van tijd tot tijd aandacht besteedt aan het groepsproces en zelf het goede voorbeeld blijft geven. Het helpt vanzelfsprekend wanneer je als team uitgaat van dezelfde gedragsverwachtingen, alert reageert wanneer leerlingen hier niet aan voldoen en vooral ook voldoende aandacht besteedt aan het bekrachtigen van gewenst gedrag.

Nu denk je misschien: ‘Dat is allemaal leuk en aardig, maar we bij ons op school is minder aandacht besteed aan groepsvorming en we zitten nu mooi met zo’n lastige groep.’ Wat doe je in deze situatie?

Vaak wordt gezegd dat de eerste weken op school bepalend zijn. Dat denk ik ook. Tegelijkertijd is mijn ervaring dat teams ook na geruime tijd invloed kunnen uitoefenen op de groepsnormen en groepscohesie en wel op dezelfde manier als hierboven staat beschreven. In deze situatie vraagt het alleen meer tijd en moeite om dit voor elkaar te krijgen en is het nog relevanter dat je dit als team oppakt en stap voor stap toewerkt naar de gewenste situatie.

 

Bronnen:

  • Geerts & R. van Kralingen (2014). Handboek voor leraren. Coutinho, Bussum
  • Bakker & I. Mijland (2009). Handboek positieve groepsvorming. Quirijn, Esch

 

Positieve groepsvorming