duim omhoog

Positieve aandacht is bevorderlijk voor een goede relatie met leerlingen. Bovendien is het stimuleren van gewenst gedrag op de langere termijn effectiever dan het corrigeren van ongewenst gedrag. Volgens Doug Lemov (2013) is positieve aanmoediging dan ook één van de krachtigste instrumenten in het klaslokaal. In de praktijk wordt dit soms vooral vertaald in het geven van complimenten. Deze blijken echter niet altijd het beoogde resultaat op te leveren.

Carol Dweck (2008) benadrukt dat het geven van complimenten over persoonlijke eigenschappen kan leiden tot een gebrek aan inspanning of zelfs tot faalangst. Een leerling die regelmatig te horen krijgt dat hij zo slim is, kan denken dat hij zich dan niet meer hoeft in te spannen. Ook kan deze leerling het idee krijgen dat hij dan steeds moeten laten zien hoe slim hij is. Dit kan leiden tot faalangst.

Ook Beate Letschert (2013) waarschuwt voor de mogelijk negatieve gevolgen van complimenten en dan met name voor het veelvuldige gebruik van superlatieven, zoals ‘Dat heb je fantastisch gedaan’. Wanneer je een leerling uitbundig complimenteert met iets dat hij vanzelfsprekend vindt, kan deze leerling het idee krijgen dat je blijkbaar lage verwachtingen van hem hebt of dat je met nietszeggende complimentjes strooit.  Volgens haar kan een pluim daardoor juist ontmoedigend werken.

Het geven van complimenten kan dus onbedoeld een negatief effect hebben op het gedrag en/of het leren van leerlingen.

Complimenten die werken, zijn complimenten die:

    1. Oprecht en integer zijn.

Leerlingen voelen het precies aan wanneer je een compliment niet echt meent, maar vooral geeft om bijvoorbeeld hun zelfvertrouwen te verhogen. Een dergelijk compliment werkt vaak alleen maar averechts. Wat evenmin werkt, zijn complimenten die je geeft aan de ene leerling met als bedoeling om een andere leerling hetzelfde gedrag te laten vertonen. Wanneer je bijvoorbeeld tegen Michiel zegt: ‘Super dat jij je werk al af hebt’ vanuit de gedachte dat zijn buurman dan ook aan het werk gaat, zal dit veelal niet effectief zijn. Leerlingen hebben dit vaak wel door en het kan je geloofwaardigheid aantasten. Een eerste voorwaarde is dus dat jouw compliment oprecht is en vanuit de goede intentie wordt gegeven.

      1. Specifiek zijn.

Het compliment ‘Goed gedaan’ is misschien bevorderlijk voor de relatie die je hebt met deze leerling. Je compliment wordt echter een stuk effectiever wanneer je precies benoemt wat deze leerling goed heeft gedaan. Bijvoorbeeld: ‘Dat heb je goed aangepakt.’  Of: ‘De opbouw van je verslag is uitstekend, omdat je start met het waarom en daarna het wat en het hoe bespreekt.‘  Een dergelijk compliment  geeft de leerling inzicht in zijn eigen kunnen, waardoor hij beter in staat is om datgene wat goed gaat vaker toe te passen of verder te ontwikkelen.

      1. Voornamelijk gericht zijn op leerdoelen en de dingen die boven verwachting gaan.

Vanzelfsprekend kun je leerlingen complimenten geven over alles wat je in positieve zin opvalt aan hen. Een compliment heeft echter nog meer effect wanneer je de koppeling legt met het te bereiken leerdoel en je complimenten geeft wanneer een leerling echt boven verwachting presteert. Wanneer een leerling het heel lastig vindt om een bepaald doel te bereiken, telt elk klein stapje in de goede richting en gaat het erom dat je als leraar dit kleine stapje opmerkt en waardeert.

 

Wat tenslotte belangrijk is om voor ogen te houden: Jouw complimenten kunnen ertoe leiden dat leerlingen afhankelijk worden van complimenten van anderen of dat ze hun gedrag teveel te laten bepalen door verwachtingen van anderen. Bij de oplossingsgerichte benadering wordt daarom veel aandacht besteed aan het geven van indirecte complimenten door middel van vragen.

Voorbeelden van dit soort vragen:

      • Hoe heb je dit bereikt?
      • Hoe is je dat gelukt?
      • Goed dat je voor deze oplossing hebt gekozen. Hoe heb je dit aangepakt?
      • Hoe kwam je op dat goede idee?
      • Hoe wist je dat dit de beste aanpak was?

Door het stellen van dit soort vragen richt je de aandacht van leerlingen op datgene wat goed is gegaan en je bevordert inzicht in de eigen vaardigheden. Op deze manier stimuleer je het zelfbewustzijn.

Letschert gebruikt de term ‘bemoediging’ om aan te geven dat het erom gaat dat je leerlingen laat zien wat ze kunnen en wat ze kunnen leren. Dit betekent onder meer dat je net zo gedetailleerd aandacht besteedt aan datgene wat goed gaat als aan datgene wat beter kan. Bemoediging betekent ook aandacht voor wat de leerling zelf belangrijk vindt en waarvoor hij moeite heeft gedaan. Bemoedigende feedback heeft volgens haar vooral een informatieve en spiegelende functie in plaats van een beoordelende functie.

Tot slot is volgens Doug Lemov (2013) het verschil tussen lof en erkenning belangrijk. Hij verwoordt dit als volgt: ‘Topleraren maken een duidelijk en bewust onderscheid tussen lof en erkenning: Ze erkennen als aan verwachtingen wordt voldaan en prijzen als een prestatie buitengewoon is.’ Erkenning doe je door een korte beschrijving te geven als aan de gedragsverwachting wordt voldaan, met eventueel een bedankje als de situatie hierom vraagt. Voorbeeld: ‘Je hebt je huiswerk gemaakt. Fijn.’ Bij het prijzen van leerlingen leg je er ook een waardeoordeel in: ‘Super dat je zo hard hebt gewerkt vandaag.’

Wil je iets weten of reageren? Neem dan contact met me op via mijn mail (i.beumer@devirieu.nl)

Ineke Beumer

 

Bronnen:

    • Lemov, D. (2013). Teach like a champignon. Rotterdam, CED-groep
    • Letschert, B. (2013). Leraren bemoedigen kinderen, kinderen bemoedigen leraren. In: Pedagogische tact, p. 162 – 189, onder redactie van L. Stevens & G. Bors. Apeldoorn, Garant
    • Dweck, C. (2008) Mindset: the new psychology of success. New York, Ballatine Books
    • Berg, I.K. & Jong, P. de (2004). De kracht van oplossingen. Lisse, Harcourt
Waarom het geven van complimenten niet altijd werkt
Getagd op: