Wanneer ik training geef in het voeren van gesprekken met jongeren, komt vaak de vraag naar voren hoe je ervoor kunt zorgen dat studenten of leerlingen daadwerkelijk hun gedrag veranderen en niet alleen maar zeggen dat ze dit zullen doen. Gedragsverandering kun je niet afdwingen. Motiverende gespreksvoering van Miller en Rollnick biedt echter wel allerlei aanknopingspunten om de invloed die je hebt zo goed mogelijk te benutten. Deze gespreksstijl versterkt iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering en is zeer geschikt voor jongeren. Het ondersteunt namelijk de autonomie van de jongere, gaat uit van een gelijkwaardige relatie gericht op samenwerking en biedt tegelijkertijd voldoende mogelijkheden tot begeleiding en sturing.

Hoe kun je volgens deze benadering je studenten of leerlingen motiveren tot gedragsverandering?

  1. Kies op het juiste moment voor de juiste communicatiestijl
  • Volgen: Je luistert vooral, toont begrip en accepteert het referentiekader van de ander. Dit wil overigens niet zeggen dat je het gedrag goedkeurt. Je accepteert alleen hoe de ander erover denkt. Deze stijl gebruik je vaak bij de start van een gesprek om een goede werkrelatie in stand te houden, om informatie te krijgen, om de jongere te stimuleren zijn eigen oplossingen te bedenken, etc. Wanneer de jongere sterke emoties ervaart, is ‘volgen’ een effectieve stijl om ruimte te geven aan deze emoties (zoals boosheid).
  • Richting geven: Met deze stijl neem jij het voortouw. Deze stijl gebruik je onder meer, wanneer het gedrag van de jongere bepaalde grenzen of regels overschrijdt. Als dit het geval is, wees hier dan duidelijk over en onderhandel niet over de bijbehorende consequenties. Maak desgewenst onderscheid in de verschillende rollen die je hebt en bespreek dit met de jongere.
  • Gidsen: Deze stijl is de middenweg tussen bovenstaande stijlen en wordt veel toegepast bij motiverende gespreksvoering. Jouw inbreng is afhankelijk van de situatie en de behoefte van de jongere zelf. Gidsen betekent dat je de jongere helpt een eigen passende oplossing te vinden. Dit doe je door bijvoorbeeld motiverende vragen te stellen en vertrouwen te hebben in de mogelijkheden waarover jongeren zelf beschikken. Gidsen betekent ook dat je misschien ingaat tegen je ‘verbeterreflex’, ofwel de menselijke neiging om meteen met oplossingen en adviezen te komen als je vindt dat iets fout loopt. Vooral bij jongeren roept dit eerder weerstand op dan motivatie om te veranderen. De kunst is om je goedbedoelde advies alleen te geven op het moment dat de ander hierom vraagt of wanneer je toestemming hebt gekregen om advies of suggesties te geven.
  1. Versterk de motivatie voor verandering door het ontlokken van verandertaal

Volgens Miller & Rollnick is ambivalentie een normale stap op weg naar verandering. Het overwegen van verandering betekent een interne discussie over de voor- en nadelen, waarbij tegenstrijdige gevoelens een rol spelen. Een periode van ambivalentie lost op door het doorslaan van de balans richting verandering of de beslissing dit niet te doen. Meestal is dit een geleidelijk, heen en weer gaand proces. Wanneer je tijdens dit proces de jongere probeert te overtuigen van de voordelen van gedragsverandering, is de kans groot dat hij of zij juist de nadelen gaat noemen of allerlei bezwaren opsomt. Dit werkt dus eigenlijk het tegenovergestelde in de hand van wat je beoogt. Bij motiverende gespreksvoering help je de jongere om uit die ambivalentie te komen door te stimuleren dat hij of zij zelf redenen aanvoert voor verandering en voldoende vertrouwen krijgt in het welslagen hiervan. Motivatie is immers een combinatie van willen en kunnen. Deze intrinsieke motivatie (en dus het doorslaan van de balans richting verandering) stimuleer je door het stellen van bijvoorbeeld de volgende vragen:

  • Willen: Hoe zou jij het wel willen? Stel dat we een jaar verder zijn, hoe ziet jouw leven er dan uit? Wat zou je willen dat er dan anders is?
  • Kunnen: Welke ideeën heb je om [de gewenste verandering/situatie] te realiseren? Wat zou jou een stap verder brengen? Hoeveel vertrouwen heb erin dat het je gaat lukken? Wat is volgens jou haalbaar om te doen?
  •  Reden hebben: Stel dat je [de gewenste situatie] hebt bereikt? Hoe ziet jou leven er dan uit? Wat zie ik je dan doen? Wat levert jou dit op? Wat zijn de voordelen? Wat zijn de drie beste redenen om…?
  •  Nodig vinden: Hoe belangrijk is het voor jou om..? Wat vind jij dat er moet veranderen?

Vervolgens vraag je hierop door, geef je positieve bevestiging en vat je wat de jongere zegt nog eens samen, zodat hij gesterkt wordt in zijn voornemen tot verandering. Ook kun je met de jongere bespreken wat voor hem belangrijke doelen en waarden zijn in relatie tot de verandering. Bovenstaande vragen leiden in feite tot een concreet, haalbaar en inspirerend of nuttig doel voor de jongere, waarmee hij daadwerkelijk aan de slag kan.

 

  1. Houd goed in de gaten wanneer de jongere daadwerkelijk bereid is tot verandering

Hoe weet je nu wanneer het tijd is om afspraken te maken over het realiseren van de verandering of het gewenste doel? Je kunt dit afleiden uit de mate van commitment, kleine stapjes die al in de goede richting gaan, een rustige, ontspannen uitstraling (omdat de ambivalentie kleiner wordt), vragen die de jongere stelt over verandering, etc. Op dat moment ga je pas over tot de fase waarin actie wordt ondernomen en geef je de jongere voldoende ondersteuning om te bepalen wat hij precies gaat doen om het gestelde doel te bereiken.

Tenslotte 

Over motiverende gespreksvoering valt veel meer te vertellen dan ik nu doe. Wanneer je interesse hebt in deze benadering, kan ik je beide boeken uit de bronvermelding van harte aanbevelen. Je kunt mij natuurlijk ook altijd mailen: i.beumer@devirieu.nl. Ik ben benieuwd naar je reactie.

 

Bronvermelding

  • Motiverende gespreksvoering, W.R. Miller & S. Rollnick, Ekklesia, 2014
  • Motiverende gespreksvoering met jongeren en jongvolwassenen, S. Naar-King en M. Suarez, Ekklesia, 2012
Motiverende gesprekken voeren met jongeren
Getagd op: