De werkdruk in het onderwijs is op dit moment gewoonweg hoog. Dit geldt voor zowel onderwijsgevenden als leidinggevenden. Vermindering van werkdruk is daarom één van de speerpunten van het Nationaal Onderwijsakkoord. Wat kunt u daarnaast zelf doen? Vaardigheden als timemanagement en grenzen kunnen stellen zijn natuurlijk basaal. Inzicht in de factoren die de kans op een burn-out verminderen, biedt u daarnaast de mogelijkheid om de invloed die u hierop heeft volledig te benutten. Daarmee vermindert u niet alleen de werkdruk, maar verhoogt u ook uw werkplezier.

Welke factoren verminderen de kans op een burn-out?

1.  Een collegiale sfeer en ondersteuning vanuit uw leidinggevende
Hoe loopt het binnen uw school en/of uw team? Ervaart u voldoende erkenning en waardering voor uw werk? Kunt u bij uw collega’s en uw leidinggevende terecht als u ondersteuning nodig heeft? Wordt er plezier gemaakt binnen het team en is de sfeer ontspannen? Als dit niet het geval is, kunt u bijvoorbeeld: het probleem constructief bespreken met mensen die iets aan de situatie kunnen veranderen, zelf het goede voorbeeld geven (dit heeft vaak uitwerking op het gedrag van anderen) of de situatie accepteren en het beste ervan maken. Met dit laatste bedoel ik ook echt accepteren. Dat wil zeggen dat u er zich daadwerkelijk niet druk om maakt (sommige zaken zijn nu eenmaal anders dan we het graag zouden zien) en u uw aandacht richt op de dingen die wel goed gaan in relatie tot uw collega’s en/of leidinggevende

2. Voldoende autonomie

Wat dit betreft, hebben we de tijdsgeest mee. Dit staat bijvoorbeeld in het Nationaal onderwijsakkoord[1] van 2013 onder het kopje Zeggenschap over vormgeving en invulling onderwijs:

Het primair proces op de school is de kern van het onderwijs. Vanzelfsprekend staat de kwaliteit ervan centraal en moet dat leidend zijn voor het beleid. De beste manier om dit te realiseren is dat het onderwijspersoneel participeert in de beleidskeuzes op het gebied van onderwijs en kwaliteit. Deze participatie wordt op alle niveaus en op verschillende manieren gegarandeerd. Uitgangspunt is dat onderwijsgevenden met elkaar beslissen over de essenties van de onderwijsinhoud en het leraarschap, zoals het curriculum, de toetsing en beoordeling en de pedagogisch-didactische benadering, uiteraard binnen de context van de school of onderwijsinstelling. Bovendien is naast kwaliteitsverhoging, ook de vergroting van het werkplezier een belangrijke motivatie om de zeggenschap en regelmogelijkheden voor onderwijsgevenden te vergroten.”

De kunst is om deze ontwikkeling goed te benutten binnen de eigen onderwijsinstelling en het team. Er zit altijd een zeker spanningsveld tussen beslissingen die op de verschillende niveaus worden genomen. Daarom is het belangrijk om goed voor uzelf na te gaan welke ruimte voor u essentieel is. Waar wilt u (samen met uw team) zelf over kunnen beslissen om uw werk goed en met plezier te kunnen doen? Waar wilt u in ieder geval over meepraten? Welke verantwoordelijkheid wilt u dragen? Welke ruimte en bevoegdheden leveren u daadwerkelijk meer werkplezier op en welke betekenen juist een toename van werkdruk? Door u te laten leiden door de antwoorden op deze vragen kunt uw energie besteden aan het verkrijgen van die professionele ruimte die u ook daadwerkelijk helpt om plezier en voldoening in het werk te houden.

3. Werk doen dat past bij uw persoonlijke ambitie

Het mooie van het onderwijs is dat de meeste mensen in het onderwijs passie hebben voor hun werk en het werk doen waar hun echte ambitie ligt. Dit is namelijk één van de belangrijkste factoren om burn-out te voorkomen. Daarom is het goed om van tijd tot tijd stil te staan bij deze drijfveren: Wat was uw motief om te kiezen voor een baan in het onderwijs? Wat zijn uw ambities op dit moment? Op welke momenten heeft u voldoening in uw werk? Door uzelf regelmatig deze vragen te stellen, houdt u uw passie en motivatie voor het werk levend. Mocht u merken dat u het lastig vindt om uw ambities te realiseren binnen de huidige situatie, kijk dan vooral naar wat wel lukt.

 4. Balans tussen taken die energie geven en energie nemen

Wat zijn uw kwaliteiten en hoe kunt u deze optimaal benutten binnen uw werk? Welke taken geven het meeste voldoening? Welke taken kosten juist energie? Hoe zit het met uw takenpakket: zijn de taken die energie geven en die energie nemen met elkaar in balans? Hoe kunt u ervoor zorgen dat u zo min mogelijk tijd besteed aan taken die vooral energie kosten? Deze taken kunnen wellicht beter uitgevoerd worden door iemand anders. En als dit niet het geval is, zijn ze misschien niet de moeite waard om ze perfect te doen. Voldoende resultaat is in sommige situaties goed genoeg. Behalve de tijd die het kost om de verschillende taken uit te voeren, kan het ook zinvol zijn om eens na te gaan waar u in gedachten het meest mee bezig bent. Zijn dit de werkzaamheden en de momenten die lekker liepen en waar u plezier en voldoening aan ontleent of bent u geneigd om u vooral druk te maken over frustrerende taken of de momenten die niet goed liepen? Met andere woorden: is er sprake van balans tussen gedachten die energie geven en gedachten die alleen maar negatieve energie kosten. Dit is overigens geen pleidooi om negatieve gedachten te verdringen. Deze gedachten komen dan immers in versterkte mate terug. Het werkt beter om deze gedachten toe te laten zonder erin verstrikt te raken.

5. Balans tussen routine en uitdaging

Deze balans ligt voor iedereen anders. Sommige mensen springen direct in op nieuwe ontwikkelingen en willen steeds iets nieuws leren, terwijl anderen liever de kat uit de boom kijken of eerst eens de dingen die ze nu doen perfect onder de knie willen krijgen. Wat is voor u persoonlijk een goede balans? En moet u uzelf misschien wat meer behoeden om direct ‘Ja’ te zeggen op nieuwe taken en projecten of zou u juist wat relaxter om kunnen gaan met nieuwe uitdagingen? En wat zijn uw motieven om ‘Ja’ te zeggen op uitdagende taken? Omdat u er zin in heeft, of spelen andere motieven ook een rol (uw ego wordt gestreeld, u wilt voldoen aan verwachtingen van anderen, etc.)? Zelfkennis helpt ook hier om bewuste keuzes te maken en soms ook ‘Nee’ te zeggen op nieuwe uitdagingen. Wanneer het gaat om nieuwe ontwikkelingen, kan het handig zijn om eerst na te gaan wat precies de essentie is van deze ontwikkelingen, voordat u hierop inspeelt. Dit voorkomt dat u teveel tijd besteed aan zaken die onvoldoende bijdragen aan datgene waar het uiteindelijk om draait, nl. de kwaliteit van het onderwijs. Bovendien: Wat loopt goed en wilt u behouden? Hoe passen nieuwe ontwikkelingen bij uw huidige manier van werken en kunt u voortbouwen op datgene wat goed gaat?

 

Afsluitend

Mocht u last hebben van verschijnselen van stress, dan is het natuurlijk zaak om tijdig aan de bel te trekken bij uw leidinggevende. Wanneer u het idee heeft dat de werkdruk hoog ligt binnen het gehele team, zijn bovengenoemde onderwerpen wellicht een mooi thema voor een studiemiddag.

[1] Nationaal Onderwijsakkoord: De route naar geweldig onderwijs, 19-9-2013, akkoord tussen het kabinet en de Stichting van het Onderwijs

Werkdruk verminderen en werkplezier verhogen
Getagd op: