Zoals we allemaal weleens ervaren, is de ene groep leerlingen (of studenten) de andere niet. Mijn ervaring is dat lesgeven aan een ‘lastige’ groep leerlingen veel energie kost en niet bepaald bevorderlijk is voor je plezier in je werk.

Waar ik mezelf weleens op betrap en wat ik terugzie als ik lessen van anderen observeer, is dat het probleem genegeerd wordt en je als docent nog harder gaat werken op de inhoud. Dit blijkt echter vaak niet effectief te zijn. Net zomin als: Overtuigen, de machtsstrijd aangaan, een beroep doen op het schuldgevoel van de groep of lastige leerlingen publiekelijk voor schut te zetten. Deze interventies hebben misschien wel effect op de korte termijn, maar niet op de langere termijn.

Wat werkt wel?

1. Signaleer het probleem bijtijds

Wanneer je je best doet om motiverend les te geven en je krijgt niet de gewenste response van je groep leerlingen, dan is dat op zijn zachts gezegd niet prettig. De kunst is dan om niet in je automatische verdedigingsmechanisme te vervallen door het te negeren of juist voor de aanval te kiezen. Deze automatische reactie kun je misschien niet helemaal voorkomen. Wanneer je echter bijtijds afstand neemt, geef je jezelf de ruimte om voor een effectievere interventie te kiezen.

2. Observeer gericht

Ga na wat er precies gebeurt tussen jou en de groep leerlingen en leerlingen onderling vanaf het moment dat je les van start gaat. Let ook op de momenten waarop jouw leerlingen wel gemotiveerd aan het werk zijn.

3. Kies bewust voor een specifieke interventie op basis van je observatie

  • Ligt het aan de dynamiek in de groep? Praat dan eens met collega’s of zij hetzelfde probleem ervaren en los het gezamenlijk op door van een losse verzameling individuen een echte groep te maken en/of aandacht te besteden aan kernwaarden, zoals respect en bijbehorende gedragsverwachtingen. (Zie eerdere blog.)
  • Hoe zit het met je eigen mindset? Wanneer je een klas binnenkomt met het idee dat het weer hard werken wordt om de groep te motiveren, dan kan dat effect hebben op je gedrag. In die situatie werkt het om vooraf een positief beeld van de klas voor ogen te houden. Verbeeld jezelf dat deze groep leerlingen hard aan het werk is, met plezier leert en stap met dat positieve beeld het lokaal binnen.
  • Heb je nog geen band opgebouwd met de voornaamste onruststokers in de groep? Verstevig dan eerst je relatie met deze leerlingen door interesse in hen te tonen en hen positieve aandacht te geven. Kortom: Zorg dat je een werkrelatie krijgt met alle leerlingen in de groep, ook met leerlingen met wie het wat lastiger is om een band op te bouwen. We willen immers allemaal graag gekend zijn.
  • In hoeverre wordt voldaan aan de twee andere basisbehoeften voor het leren, nl. autonomie en competentie? Ofwel, ervaren de leerlingen voldoende keuzevrijheid en heb je voldoende vertrouwen in het kunnen van deze groep leerlingen?
  • Zitten er misschien een aantal leerlingen in de groep die een fixed mindset hebben en zou het helpen om een groeimindset te bevorderen bij hen? (Zie eerdere blog.)
  • Heeft deze groep moeite om de relevantie te zien van je lessen en loont het om hier meer aandacht aan te besteden?
  • Hoe zit het met de inhoud en vormgeving van je lessen? Heeft deze groep leerlingen misschien meer behoefte aan andere (actieve) werkvormen of zijn er mogelijkheden om (nog) beter aan te sluiten op het niveau van deze groep leerlingen? Of heeft deze groep leerlingen meer focus nodig of meer structuur?
  • Last but not least: Benoem wat jou is opgevallen en vraag de groep leerlingen of zij dit herkennen. Wanneer dit het geval is, kun je samen met hen bekijken wat de gewenste situatie is. Vervolgens kun je een schaalvraag inzetten om na te gaan hoe je gezamenlijk een stap verder komt in het realiseren van de gewenste situatie. Op ‘10’ staat dan de gewenste situatie. Deze beschrijf je zo concreet mogelijk. Het cijfer ‘1’ staat voor de compleet tegenovergestelde situatie. Je vraagt de groep leerlingen eerst wat het huidige cijfer is en geeft zelf ook een cijfer. Als het gemiddelde cijfer hoger is dan een ‘1’, ga je samen met de leerlingen na wat al goed gaat. Daarna bespreek je hoe jullie een stap(je) verder in de gewenste richting kunnen komen en maak je hier concrete afspraken over.

4. Ga na of je interventie het beoogde effect heeft.

Als je voor een effectieve interventie hebt gekozen, zal je vast snel resultaat zien. Maak daarbij gebruik van het oplossingsgerichte motto:

Als iets werkt, doe het dan vaker of doe er meer van. Als iets niet werkt, doe dan iets anders.

 

Bronnen:

  • De Galan (2013): Goed voor de groep, Thema
  • Fullan (2013): Stratosphere, Onderwijs Maak Je Samen
  • L. Young e.a. (2014), Positive Behavior Support in het voortgezet onderwijs, SWP

 

Hoe ga je om met een ‘lastige’ groep leerlingen of studenten?